Effecten afstandsonderwijs op sociale ongelijkheid

Niet de materiële zaken zoals de beschikbaarheid van een laptop lijken het grootste probleem met thuisonderwijs te zijn, maar juist immateriële zaken als ouderhulp.

Dat zijn de eerste resultaten van het onderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) naar de effecten van onderwijs op afstand op sociale ongelijkheid. Hoe geef je leerlingen tóch de begeleiding die ze nodig hebben? En kun je een digitale leeromgeving juist ook inzetten om gelijke kansen te bevorderen?

‘NIET ALLE OUDERS KUNNEN DE JUISTE ONDERSTEUNING BIEDEN’

Afstandsonderwijs is een goed middel om de achterstand bij schoolsluitingen zo klein mogelijk te houden, maar het vraagt veel sturing. De directe interactie mist immers. De helft van alle leraren maakt zich zorgen over mogelijk toegenomen onderwijsachterstand. Er is immers een groep kinderen met ouders die zich niet of in mindere mate in staat voelen om schoolwerk te begeleiden, of waar sprake is van een instabiele of onveilige thuissituatie. Dat zijn leerlingen waarvoor school het hardst nodig is.

Kloof vergroot

De verschillen tussen kinderen van hoger en lager opgeleide ouders zijn nog altijd groot. De afgelopen tien jaar nam de kansenongelijkheid in het onderwijs zelfs toe. In 2019 tekende zich volgens de Onderwijsinspectie een stabilisatie af, maar door de scholensluiting is de kloof vergroot. En dat terwijl ons publieke onderwijs juist dé grote gelijkmaker zou moeten zijn. 

Kwetsbare leerlingen

Het NRO deed onderzoek naar de effecten van de coronacrisis. Een belangrijk advies is dat scholen in kaart moeten brengen welke leerlingen het thuis moeilijk hebben gehad. ‘Ga er niet vanuit dat alle ouders over de kennis en vaardigheden beschikken om de juiste ondersteuning te bieden. Ook ouders van basisschoolleerlingen geven aan dat de stof voor hen lastig is’, aldus de onderzoekers. Een mogelijke oplossing bij een volgende schoolsluiting is om kwetsbare leerlingen te allen tijde wél naar school te laten gaan. Een andere belangrijke bevinding betreft het vo. ‘De grote verschillen in het lesaanbod tussen vmbo (weinig) en vwo (veel) moeten gelijk worden getrokken’, aldus het rapport. Een manier om dit te bereiken is richtlijnen op te stellen voor een volgende sluiting (hoeveel uren digitaal, hoeveel contact met mentor, etc). 

Subsidies 

Ook minister Slob maakt zich grote zorgen om leerlingen die een achterstand dreigen op te lopen als gevolg van het afstandsonderwijs. Het ministerie van OCW bereidde een subsidieregeling voor achterstanden weg te werken. Onderzoeksinstituut LEARN! onderzocht hoe 1.550 scholen deze subsidie hebben ingezet en met welke resultaten. Of het nu gaat om het betrekken van ouders of ondersteuning binnen of buiten schooltijd, de grootste effectiviteit wordt behaald met inhaalprogramma’s waarbij de eigen leraar betrokken is. ‘Het meest duurzaam effectief’, aldus de onderzoekers, ‘is het als de school de basiskwaliteit van het onderwijs verbetert. Dat kan door bijscholing van leraren, bijvoorbeeld op het gebied van hun pedagogisch-didactisch handelen. Eén-op-één begeleiding en peer tutoring (leerlingen die leerlingen begeleiden) zijn andere aanbevolen interventies.’ 

Aanpak kansenongelijkheid met digitale leeromgeving

Ook Kennisnet zet in op de aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs. Een digitale leeromgeving kan bijdragen aan kansengelijkheid. Leraren gebruiken steeds vaker digitale leermiddelen. Dit geeft meer mogelijkheden voor het variëren met lesmateriaal en resulteert in onderwijs op maat. Digitale leeromgevingen stellen leraren in staat de voortgang van leerlingen te monitoren en te zien waar uitdagingen liggen. Op basis van didactisch inzicht kunnen leraren de leerroute afstemmen en gericht werken aan leerdoelen. ‘Leraren zullen daarnaast meer analyses doen op basis van data en de leerling langs zijn of haar leerpad coachen’, geeft Kennisnet in diverse publicaties aan. ‘Er is straks niet alleen data beschikbaar over opdrachten die gemaakt zijn, maar ook over hoe een leerling leert.’ 

Grote gelijkmaker

Om deze vorm van (hybride) onderwijs goed in te kunnen richten, is het cruciaal om vooraf keuzes te maken en te kijken welke investeringen daaraan moeten bijdragen. Kun je als school – bijvoorbeeld – zorgdragen dat alle leerlingen de beschikbaarheid hebben over een veilige internetverbinding en toegang tot schoolapplicaties? En kun je als school oplossingen aandragen voor het beschikbaar stellen van devices voor leerlingen die daar niet over beschikken? Want alleen als alle leerlingen ook werkelijk toegang hebben tot hetzelfde onderwijs, mét dezelfde begeleiding, kan onderwijs inderdaad de grote gelijkmaker zijn!


Cohortonderzoek over leerachterstanden
Het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs geeft voorjaar 2021 een eenmalige terugkoppeling over de gevolgen van de coronacrisis voor de leergroei op het gebied van begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde. Basisscholen hebben al een goed inzicht in de mogelijke leerachterstanden die individuele leerlingen op hun school hebben opgelopen. Het Cohortonderzoek geeft scholen op eigen verzoek inzicht of die leerachterstanden groter of kleiner zijn dan bij vergelijkbare scholen. Ook wordt inzicht gegeven of de achterstand zich concentreert bij bepaalde groepen (bijvoorbeeld jongens, leerlingen met een migratie-achtergrond of leerlingen uit een lager milieu). Dit onderzoek geeft scholen ook inzicht in de leergroei van hun jaargroepen en vergelijkt deze leergroei met het landelijk gemiddelde en met scholen die op hun school lijken.

Tekst: OnderwijsRedactie (Brigitte Bloem) /CAOP

Artikel delen

Ook interessant